Dryade heeft het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) gevraagd om de Praktische Wegwijzer Stikstofdepositie te verduidelijken. Aanleiding is een juridisch vraagstuk dat naar boven kwam in de procedure over het GRUP Groenendaal aan de Brusselse Ring. In plaats van te wachten tot dezelfde discussie in nieuwe procedures opnieuw opduikt, kiezen we ervoor om hierover rechtstreeks met het ANB in overleg te gaan. Voorkomen is beter dan genezen: duidelijke richtlijnen kunnen juridische discussies én onzekerheid bij toekomstige planprocedures vermijden.
Beeld van Kathy
Onduidelijkheid over de toepassing op plannen
De Praktische Wegwijzer Stikstofdepositie bevat praktische richtlijnen voor de beoordeling van stikstofeffecten op Europees beschermde natuur. De Wegwijzer geeft aan dat de richtlijnen, hoewel ze in eerste instantie zijn opgesteld voor vergunningsplichtige projecten, mutatis mutandis ook kunnen worden toegepast op plannen en programma's die onder artikel 36ter, §3 van het Natuurdecreet vallen.
Daar wringt juridisch het schoentje. Het PAS-decreet bevat namelijk specifieke beoordelingskaders voor bepaalde vergunningplichtige projecten. Voor mobiliteitsprojecten gaat het onder meer om een 1%-drempel en, boven die drempel, een beoordeling aan de hand van de gebiedsspecifieke neerwaartse depositietrend. Die wettelijke regeling geldt volgens artikel 21, §1 van het PAS-decreet voor omgevingsvergunningsaanvragen, bepaalde projectbesluiten en daarmee gelijkgestelde beslissingen.
Procedure over het GRUP Groenendaal brengt tegenstelling aan het licht
Die discussie is concreet geworden in de procedure die Dryade bij de Raad van State voert tegen het GRUP voor de herinrichting van het knooppunt Groenendaal. In de actualisatie van de passende beoordeling werd het stroomschema van de Praktische Wegwijzer gevolgd en werden onder meer de 1%-drempel en de depositietrendtool gebruikt.
Opvallend is dat zowel het Vlaamse Gewest als De Werkvennootschap in hun processtukken voor de Raad van State ondertussen bevestigen dat het wettelijke PAS-beoordelingskader niet van toepassing is op een GRUP. De Werkvennootschap stelt uitdrukkelijk dat artikel 21, §1 het toepassingsgebied van hoofdstuk 3 van het PAS-decreet afbakent en dat een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan daar niet onder valt. Ook het Vlaamse Gewest vertrekt in zijn antwoord van de toepasselijkheid van het PAS-decreet op omgevingsvergunningen en daarmee gelijkgestelde beslissingen.
Dat betekent niet dat stikstofeffecten bij ruimtelijke plannen niet moeten worden onderzocht. Integendeel. Een plan dat mogelijk een betekenisvolle aantasting van een speciale beschermingszone veroorzaakt, moet overeenkomstig artikel 36ter van het Natuurdecreet passend worden beoordeeld. Het juridische punt is specifieker: de concrete beoordelingsregels die de decreetgever voor bepaalde vergunningen heeft vastgesteld, kunnen niet zonder meer als wettelijk beoordelingskader voor een plan worden gebruikt wanneer dat plan buiten het toepassingsgebied van die regeling valt.
Wetenschappelijke gegevens blijven uiteraard relevant
Dat onderscheid is belangrijk. Modellen, actuele achtergronddepositiekaarten, kritische depositiewaarden en andere wetenschappelijke instrumenten kunnen uiteraard nuttige — en vaak noodzakelijke — informatie bieden bij de beoordeling van een plan. Maar het gebruik van zulke gegevens is iets anders dan het toepassen van de juridische gevolgen die het PAS-decreet aan bijvoorbeeld de 1%-drempel of de depositietrend koppelt.
Precies daarom vraagt Dryade het ANB niet om de betrokken passage uit de Wegwijzer eenvoudigweg te schrappen. Dat zou de bestaande onduidelijkheid kunnen laten voortbestaan. We vragen om uitdrukkelijk te verduidelijken dat de specifieke beoordelingskaders uit hoofdstuk 3 van het PAS-decreet niet van toepassing zijn op plannen en programma's die buiten het decretale toepassingsgebied vallen.
Ook belangrijk voor de adviezen van het ANB
Die verduidelijking is niet alleen van belang voor initiatiefnemers en MER-deskundigen, maar ook voor het ANB zelf. In het dossier Groenendaal beoordeelde het Agentschap zowel de passende beoordeling als de latere actualisatie gunstig. Het Vlaamse Gewest beroept zich in de procedure ook expliciet op die adviezen. De actualisatietoets was nochtans opgesteld volgens het stroomschema van de Praktische Wegwijzer en maakte gebruik van het beoordelingskader waarvan het Vlaamse Gewest en De Werkvennootschap nu zelf aangeven dat het niet op een GRUP van toepassing is.
Voor Dryade toont dit vooral aan waarom heldere richtlijnen belangrijk zijn. Wanneer overheden, adviesinstanties en initiatiefnemers van dezelfde juridische uitgangspunten vertrekken, kunnen problemen veel vroeger worden vermeden.
Eerst overleg
We hebben daarom een brief gericht aan Goedele Van der Spiegel, administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos, met de vraag de Praktische Wegwijzer te verduidelijken. Daarbij hebben we ook de relevante processtukken uit de procedure over het GRUP Groenendaal bezorgd.
We kiezen bewust voor overleg. Een procedure voor de Raad van State moet een concreet geschil oplossen. Maar als uit zo'n dossier blijkt dat een algemene richtlijn aanleiding kan geven tot onduidelijkheid, is het nuttiger om die onduidelijkheid ook voor toekomstige dossiers weg te werken.
Voor natuur én rechtszekerheid geldt hier hetzelfde principe: voorkomen is beter dan genezen...